“Als onze klanten tevreden zijn, doen wij het goed”

Wil van Dam, directeur-bestuurder Woningbouwvereniging St. Willibrordus

“Onze grootste uitdaging is te blijven wie we zijn”, zegt Wil van Dam, directeur-bestuurder van Woningbouwvereniging St. Willibrordus. “Dit is juist vanwege de beperkingen die ons door de overheid worden opgelegd een hoge ambitie. Wij staan voor een kleinschalige, lokale aanpak en intensieve samenwerking met alle belanghebbenden.” 

Ed Pannebakker, directeur-bestuurder van woningcorporatie De Goede Woning, vraagt zich af hoe belangrijk huurders en de gemeente Wassenaar zijn voor het beleid van St. Willibrordus en wat u bij het 100-jarig bestaan in 2019 bereikt wilt hebben?” 
“De huurders en de gemeente zijn de belangrijkste partijen in het speelveld. Wij luisteren goed naar wat er onder hen leeft en houden daar rekening mee bij het opstellen van ons beleid. Wat er in de omgeving gebeurt is continu aan verandering onderhevig. De overheid perkt de taken van de corporaties in. Daar moeten wij adequaat op reageren. En dat maakt het voor ons nog belangrijker om intensief samen te werken met onze huurdersbelangenvereniging. Zij onderhoudt het contact met de wijkverenigingen en heeft een goed beeld van hoe onze klanten over ons denken. Als zij tevreden zijn doen wij het goed. In 2012 scoorden we gemiddeld ruim een 8 bij het klanttevredenheidsonderzoek. Wij gaan voor een even hoge waardering in 2019. En verder willen we de bescheidenheid van ons afschudden, zodat de Wassenaarse samenleving in ons jubileumjaar weet wie we zijn en waar we voor staan. Het is een hoge ambitie als we ondanks alle beperkingen die ons worden opgelegd, onszelf kunnen blijven.”

Met ongeveer 1300 woningen behoort St. Willibrordus tot de kleine corporaties. Heeft een kleine corporatie nog voldoende bestaansrecht? 
“Schaalvergroting betekent niet automatisch dat er ook kostenreductie is. De kosten nemen dan juist toe. Uit een benchmark binnen de sector blijkt dat kleine corporaties beter scoren dan grotere. Drie jaar geleden kregen we tijdens een visitatie te horen dat St. Willibrordus een goed voorbeeld is van een kleine corporatie die zeker bestaansrecht heeft. Hopelijk volgt uit de visitatie van dit jaar dezelfde conclusie.”

Wordt samenwerking belangrijker? 
“Lokale samenwerking is van oudsher enorm belangrijk voor St. Willibrordus. We maken goede afspraken met de gemeente Wassenaar en onze huurdersbelangenvereniging. De plaatselijke politiek geeft ons een ruime voldoende. En namens de huurders ontvingen we een lovende reactie op ons beleidsplan voor de komende jaren. Alleen daar waar het meerwaarde oplevert werken we samen met andere corporaties. Zo maken we binnen SVH een gezamenlijke vuist richting de overheid, regelen we de woonruimteverdeling en maken we regionale prestatieafspraken. Uiteindelijk moeten deze afspraken wel een lokale vertaalslag krijgen.”

Heeft de ambtelijke integratie van de gemeenten Wassenaar en Voorschoten gevolgen gehad voor St. Willibrordus?
“Het was vier tot vijf jaar onrustig, totdat de werkorganisatie was opgebouwd. Omdat er een tijd geen beleidsambtenaar wonen was, bleven er taken liggen. Zo gebeurde er niets met de prestatieafspraken en moesten we veel duwen en trekken om zaken voor elkaar te krijgen. Gelukkig is er inmiddels een beleidsambtenaar wonen aangesteld die de zaken weer oppakt.”

Is er nog aandacht voor leefbaarheid in de wijken? 
“De overheid wil dat woningcorporaties zich beperken tot hun kerntaken. We krijgen meer de rol van intermediair. Onze aandacht voor leefbaarheid mag alleen gerelateerd zijn aan onroerend goed. De regels worden nu zo aangetrokken dat de hele zorg voor leefbaarheid bijna tot stilstand komt. St. Willibrordus neemt daarom het initiatief voor een Handboek Leefbaarheid, waarin we vastleggen hoe de rollen en verantwoordelijkheden verdeeld zijn. We stemmen dit af met andere partijen, zoals de gemeente, zorgverleners en Huurdersvereniging Rozenstein. Hiermee verschaffen we duidelijkheid aan onze huurders, zodat ze weten bij wie ze terecht kunnen als er problemen zijn bij de veiligheid, het onderhoud en de reiniging van hun buurt of wijk.”

Hoe houdt u de woningen betaalbaar?
“Betaalbaarheid is altijd een belangrijk aandachtspunt. Landelijke en Europese regelingen verplichten de woningcorporaties om zich te beperken tot de onderkant van de markt. Wij kunnen alleen geld verdienen op de huren, terwijl de groep die wij bedienen niets te verteren heeft. Bovendien staan wij onder grote druk vanwege de heffingen. De afgelopen twee jaar pasten we de inkomensafhankelijke huurverhoging toe, en dat zou dit jaar weer mogen. Maar is het reëel om de huren in drie jaar tijd met 20% te verhogen? Wij staan wat dat betreft met de rug tegen de muur.”

Wat is uw reactie op de heffingen? 
“De verhuurdersheffing loopt op tot een kwart van onze huuropbrengsten. Hoewel onze corporatie financieel gezond is en we altijd dichtbij onze kerntaken zijn gebleven, is het ook voor ons geen vetpot. We kijken kritisch naar onze onderhouds- en beheerkosten. Waar mogelijk stellen we onderhoud uit. Ook bij het aanbesteden van werk letten wij op de kosten, al hechten wij ook belang aan de relaties met lokale aannemers. Verder pasten we ons personeelsbeleid aan en bouwden we regelingen af. We hadden al een laag aantal FTE ten opzichte van de hoeveelheid woningen die we beheren. Nu zijn we juist genoodzaakt uit te breiden om aan alle regels van de overheid te kunnen voldoen. Door de toenemende regeldrift zijn we driekwart van onze tijd verantwoording aan het afleggen.”

Welke rol spelen duurzaamheid en energiebesparing?
“Als maatschappelijke onderneming nemen wij onze verantwoordelijkheid op het gebied van duurzaamheid en energiebesparing. In 2019 willen we de 20% CO2-reductie gerealiseerd hebben die we met de overheid overeen zijn gekomen. Dit betekent dat ons gehele woning woningbezit dan gemiddeld energielabel B heeft. Ook hier stemmen we voortdurend af met onze huurdersbelangenvereniging.”

Welke bestuurder laat u graag aan het woord en welke vraag heeft u voor hem of haar? 
“Lambert Greven, directeur-bestuurder Rondom Wonen: wat heeft Rondom Wonen nodig van collega-corporaties om de statushouders in 2015 op een verantwoorde wijze te kunnen huisvesten, zodat de druk van meer dan de helft van de toewijzingen aan statushouders verlaagd kan worden.”