Joris Wijsmuller

 

“Den Haag ziet de vraag naar betaalbare woningen toenemen”, zegt wethouder Wonen, Joris Wijsmuller. “De Haagse woningcorporaties staan door de grote vraag en hun beperkte financiële middelen voor een hele opgave.” Hij raadt hen aan geen onverantwoorde risico’s te nemen, maar toch ook niet te voorzichtig te zijn. Verder nodigt hij corporaties die nog financiële ruimte hebben, uit om in Den Haag te investeren en stimuleert hij particuliere initiatieven om een kleinschalige woningcorporatie op te zetten.  

Wethouder Ronald van der Meij van Rijswijk vraagt zich af welke concrete bijdrage we de komende drie jaar van Den Haag mogen verwachten als het gaat om de woningvoorraad.

“Naast de regionale prestatieafspraken hebben wij nog een extra ambitie. Wereldwijd trekken mensen naar de steden. Ook in Den Haag zien we het inwonersaantal stijgen. Om die groei op te kunnen vangen, moeten we onze woningvoorraad uitbreiden. In het coalitieakkoord ‘Vertrouwen op Haagse Kracht’, hebben we geld gereserveerd voor betaalbare huisvesting. Bij nieuwbouw houden we rekening met 30% sociale woningbouw. Wij willen investeringen aantrekken en samenwerkingen aangaan. Daarbij zien we voor de gemeente vooral een regisserende rol.”

Welke corporaties zijn in Den Haag actief en hoeveel speelruimte hebben zij om te investeren?

“De drie grote woningcorporaties in Den Haag zijn Vestia, Haag Wonen en Staedion. Daarnaast zijn er verschillende kleinere spelers. Van de grote drie heeft eigenlijk alleen Staedion op dit moment nog financiële ruimte. Daarom nodig ik ook corporaties van buiten de stad uit om in Den Haag te investeren. Iedereen is welkom om met elkaar ambities waar te maken. In maart heb ik met Arcade een convenant ondertekend om de komende vijf jaar vijfhonderd sociale huurwoningen bij te bouwen. Naast de Haagse corporaties gaat deze corporatie een substantiële bijdrage leveren in onze stad. Ook studentenhuisvester DUWO investeert hier actief.”

Verwacht u dat u door de nieuwe Woningwet een andere samenwerking krijgt met de corporaties?

“De gemeente heeft een goede verstandhouding met de Haagse woningcorporaties. Samen hebben we een traditie hoog te houden met lokale prestatieafspraken. In september ronden we de prestatieafspraken 2016-2020 af. Het belangrijkste verschil met voorgaande jaren is dat de huurdersorganisaties nu actief betrokken zijn bij het proces. Daarnaast is het inzicht in de financiële situatie van de corporaties verbeterd.”

Hoe kijkt u aan tegen de rol van de huurders?

“Wij stimuleren huurders om eigen initiatieven te nemen. Dat zij nu een expliciete rol krijgen, sluit helemaal aan bij onze visie ‘Vertrouwen op Haagse Kracht’. Het is belangrijk om samen te werken. Zo stimuleren we huurders bijvoorbeeld om zelf aan onderhoud te doen. Ik juich het toe dat Haag Wonen openstaat voor initiatieven van huurders om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun leefomgeving. Een goed voorbeeld is een groep bewoners in de Roggeveenstraat. In hun straat stonden woningen op de nominatie om gesloopt te worden. Zij voorkwamen dit door ze zelf te gaan beheren. Ik ben er heel trots op als dit experiment slaagt. Omdat de woningcorporaties een beperkte reikwijdte hebben, is de inventiviteit van huurders heel belangrijk.”        

Wat zijn de belangrijkste uitdagingen waar de corporaties voor staan?

“Er zijn genoeg uitdagingen, zoals betaalbaarheid, behoud van de kernvoorraad sociale huurwoningen, woningen voor statushouders en leefbaarheidsproblemen in de wijken. De overheidsmaatregelen en de verhuurdersheffing maken het de corporaties lastig. Het is goed dat het beleid landelijk is aangescherpt, zodat corporaties zich weer richten op hun kerntaken. Wat mij wel zorgen baart, is dat de overheidsmaatregelen gericht zijn op het landelijke gemiddelde. Hierdoor komen de stedelijke corporaties soms in de knel. In het G4-overleg met minister Blok vragen we hier aandacht voor.”

Hoeveel ruimte is er nog voor leefbaarheid nu de woningcorporaties zich richten op hun kerntaken?

“Het wordt hierdoor lastiger voor de corporaties om in leefbaarheid te investeren. De corporaties zijn in de eerste plaats verantwoordelijk voor het onderhoud en de renovatie van hun bezit. Daarnaast ontwikkelen we de Haagse aanpak om probleemgezinnen aan zorg te koppelen. Daarbij gaan we per complex te werk.”

Welke bijdrage gaat de gemeente leveren aan verduurzaming van het bestaande woningbezit?

“Onze ambitie is om als stad in 2040 klimaatneutraal te zijn. De duurzaamheid van woningen maakt daar een belangrijk onderdeel van uit. We willen de warmtevraag verduurzamen door zoveel mogelijk complexen te koppelen aan de stadsverwarming. We maken afspraken met de corporaties en steunen hen door invloed uit te oefenen op het landelijke beleid. De bestaande landelijke Stimuleringsregeling energieprestatie huursector (STEP), is onvoldoende ingericht op de stedelijke situatie. Corporaties kunnen subsidies van het rijk krijgen als ze de energielabels van hun woningen verbeteren. In de steden, waar veel gestapeld bezit is, zijn die stappen minder gemakkelijk te zetten. Ik maak me er hard voor deze regeling te laten aanpassen, zodat deze aantrekkelijker wordt voor stedelijke corporaties.” 

Wat zou u doen als u voor één dag corporatiebestuurder zou zijn?

“Ik zou heel veel investeren in de relatie met huurders en open met hen in overleg gaan. En daarnaast is er natuurlijk de belangrijke opgave om te voldoen aan de grote vraag naar betaalbare woningen. Gezien de financiële situatie van de corporaties, kun je natuurlijk geen onverantwoorde risico’s nemen - maar ik zou ook niet te voorzichtig zijn.”

Wat verwacht u van de Bestuurlijke Tafel Wonen?

“Het regionale woonruimteverdelingssysteem is een groot goed. Huurders kennen geen grenzen, dus is het belangrijk om dit systeem met elkaar in stand te houden. Den Haag neemt daarin verantwoordelijkheid en ik hoop dat de andere partijen dat ook doen. Ik zou niet meewerken aan een Bestuurlijke Tafel als ik daar zelf niet in geloofde. Iedereen ziet de noodzaak om samen te werken. De structuur is vrijblijvender dan het Stadsgewest, maar de inhoud en opgave blijven hetzelfde.”

Aan welke wethouder geeft u graag het woord en wat wilt u hem of haar vragen?

“Wethouder Arne Weverling van het Westland. Aan hem de vraag welke ruimte het Westland ziet om zijn deel van de betaalbare woningvoorraad te blijven leveren?”