Raimond de Prez

 

Raimond de Prez, wethouder Delft:

“Samen zorgen voor een goede spreiding”

“De voorraad sociale huurwoningen zou beter verdeeld moeten worden over de verschillende gemeenten”, zegt wethouder Raimond de Prez van Delft. “In Delft bestaat 50% uit sociale woningbouw. Dat heeft een verstorend effect op de woningmarkt. Om dit probleem op te lossen zou de voorraad in de omliggende gemeenten moeten toenemen.”

 Wethouder Annemiek de Goede van Midden-Delfland legt u de volgende vraag voor: “Delft profileert zich als kennisstad en heeft een universiteit waar veel (buitenlandse) studenten colleges volgen. De huisvesting van hen is steeds een uitdaging door de toenemende aantallen. Hoe gaat Delft daar in de toekomst mee om?”

“We maken meerjarige prognoses voor de aantallen reguliere studenten die gehuisvest moeten worden. Daarbij rekenen we de effecten van overheidsmaatregelen door. De verwachte groei neemt bijvoorbeeld af door de invoering van het leenstelsel. Aan de andere kant wordt die afname gecompenseerd door de toestroom van internationale studenten. De bruto bouwopgave blijft daardoor gelijk. De moeilijkheid met de toestroom van internationale studenten is alleen dat deze niet te plannen is. Meestal is pas een maand voor de start van het studiejaar bekend hoeveel er daadwerkelijk komen.”

“Afgelopen studiejaar hadden we een acuut probleem, omdat er ineens 850 extra kamers nodig waren voor internationale studenten. Door creatief te denken en op zoek te gaan naar leegstaande panden, konden we 700 extra plekken realiseren. Ik ben zelf rond gaan bellen, en dat had meer effect dan gedacht. Uiteindelijk konden we 200 studenten in Delft huisvesten en 500 in de omliggende gemeenten. Naast studentenhuisvester DUWO hebben we contacten met particuliere huisvesters in onder meer Schiedam, Rijswijk en Den Haag. Deze gemeenten zijn blij met de aanwas van jonge mensen.”

Welk effect heeft de nieuwe Woningwet op de samenwerking tussen de gemeente en de corporaties in Delft?

“In Delft hebben we bestuurlijk overleg met de vier grote corporaties; Vidomes, DUWO, Vestia en Woonbron. Zij stemmen hun plannen af met de gemeente. Samen zoeken we naar oplossingen voor uitdagingen in de stad. Er is een lange traditie van samenwerking. Wel is deze de laatste jaren veranderd. In het verleden hadden de verschillende corporaties een lokale tak in Delft en waren de lijnen kort. Tegenwoordig ligt de besluitvorming bij het overkoepelende concern. De belangen in de gemeente zijn ondergeschikt geworden aan het grotere concernbelang en er is minder geld te besteden.”

“Door de nieuwe Woningwet krijgt de gemeente meer zeggenschap. We ontwikkelen een visie voor de hele stad en kijken per wijk naar een goede mix van woningen. De gemeente heeft meer een regierol en krijgt inzicht in de financiële mogelijkheden van de corporaties. De samenwerking wordt steeds concreter en zakelijker.”

Wat is de status van de lokale prestatieafspraken?

“In 2016 komt er een nieuwe lokale Woonvisie en werken we aan nieuwe lokale prestatieafspraken. Ook de huurders worden hierbij betrokken. Er is op dit moment nog geen huurdersplatform. De Woonbond ondersteunt ons bij het vinden van een afvaardiging van de huurders.”

Welke bijdrage levert de gemeente aan de verduurzaming van het woningbezit?

“Delft zet vooral in op de Warmterotonde, een ring van warmte die rondgepompt wordt in de Metropoolregio. Door bijvoorbeeld restwarmte uit de Rotterdamse haven, de Westlandse kassen en de waterzuiveringsinstallatie om te zetten, kan er duurzame warmte geleverd worden aan woningen in Zuid-Holland. Delft is een van de voortrekkers. We proberen investeerders aan te trekken om dit project van de grond te krijgen.”

Wat is de belangrijkste uitdaging waar de corporaties in Delft voor staan en welke rol is er voor hen weggelegd?

“Zij staan voor de opgave om te zorgen voor een evenwichtige woonvoorraad. De beperkte investeringskracht van de corporaties baart me daarbij wel zorgen. De belangrijkste uitdagingen van dit moment zijn het huisvesten van statushouders, seniorenhuisvesting en wonen met zorg. Daarnaast is er binnen Delft behoefte aan herstructurering. De sociale woningen zouden beter verdeeld moeten worden over de stad. Door sloop-nieuwbouw kunnen de corporaties bijdragen aan gemengde wijken. We hebben veel kleine woningen. En ook de kwaliteit van de woningen is een issue. Als corporaties bouwen in Delft, zouden het grotere woningen moeten zijn.”

Wat adviseert u de corporaties over hun veranderende rol?

“Nu het stof van de nieuwe regelgeving is neergedaald, is het voor de corporaties nog wennen aan hun veranderende rol. Omdat ze niet meer zelf volkshuisvestelijke problemen kunnen oplossen, is het belangrijk samen zaken op te pakken. Dat past ook binnen de visie van een ongedeelde regio. In Delft is bijvoorbeeld 50% van de woningbouw sociaal. Om dit probleem op te lossen zou de voorraad in de omliggende gemeenten moeten toenemen. Corporaties zouden hierover afspraken moeten maken, zodat ze samen kunnen zorgen voor voldoende voorraad en een goede spreiding. SVH heeft hierin een voortrekkersrol.”  

Nu het Stadsgewest is opgeheven, werken de gemeenten en corporaties binnen Haaglanden verder samen binnen de Bestuurlijke Tafel Wonen. Hoe kijkt u aan tegen deze samenwerking?

“De dorpen en steden in de woonregio Haaglanden liggen zo dicht tegen elkaar, dat samenwerking noodzakelijk is. Er is echt sprake is van één woonregio. Vanwege de veranderingen in de wetgeving hadden de gemaakte afspraken nu nog niet de ideale volgorde. Bij de volgende onderhandelingen over regionale prestatieafspraken, zou eerst de maatschappelijke opgave moeten worden vastgelegd. Een gezamenlijke Woonvisie voor heel Haaglanden moet dan de basis zijn voor de volgende regionale prestatieafspraken. Daarmee hebben we ook bovenlokaal een set met afspraken en ontstaat er een definitief regionaal perspectief.”

“Op dit moment zijn er twee belangrijke punten. We monitoren regionaal hoe de wachttijden zich binnen de regio ontwikkelen. In elke gemeente binnen Haaglanden zou je dezelfde kans moeten hebben op een sociale huurwoning. Verder willen we de doorstroming bevorderen. Bijvoorbeeld door de inzet van seniorenmakelaars.”

Waar bent u trots op en waar maakt u zich zorgen over?

“Ik ben er trots op dat we de regio Haaglanden als geheel hebben weten te behouden en dat we 80 schaarse eengezinswoningen uit de portefeuille van het Wooninvesteringsfonds (WIF) wisten te halen. Deze woningen waren oorspronkelijk verkocht door woningcorporatie DUWO. Het WIF had de intentie deze te verkopen aan een commerciële partij. Door inmenging van de gemeente Delft kon dit voorkomen worden.”

Aan welke wethouder geeft u graag het woord en wat wilt u hem of haar vragen? “Wethouder Piet Melzer van Pijnacker-Nootdorp. Aan hem de vraag: ‘Pijnacker-Nootdorp heeft een probleem met het huisvesten van de eigen inwoners die in aanmerking komen voor sociale huisvesting. Hoe denkt u dit op te lossen?’